Minister Hugo de Jonge (BZK) en commissaris Arno Brok in gesprek met Harry van der Molen (Firda) en DINGtiid-bestuurders Jan Koster en Alex Riemersma met de ondertekening van de BFTK op 8 april 2024.

Langetermijndoelen
DINGtiid adviseert Rijk en Provincie dus om zoveel mogelijk samenhang in het taalbeleid aan te brengen – zowel bij de overheden als in het veld. Voor deze samenhang is het nodig dat er een toekomstvisie op het Fries wordt ontwikkeld die maatschappelijk echt breedgedragen wordt.

Het Rijk onderschrijft het belang van langetermijndoelen voor het Fries, en het belang van de samenleving bij het opstellen daarvan. Minister Uitermark: ‘Bij het vaststellen van de langetermijndoelen is het belangrijk om in Fryslân een dialoog met de gemeenschap op gang te brengen over deze doelen.’

DINGtiid is blij dat het advies om langetermijndoelen te stellen wordt overgenomen en dat er oog is voor het feit dat een toekomstvisie voor het Fries echt uitgedragen moet worden door de Friese samenleving. In ons Werkprogramma 2024-2025 is al een adviesdossier inzake de Langetermijnambitie met het Fries opgenomen, dat moet leiden tot een stappenplan om de Friezen over de toekomst van hun taal te laten nadenken. Jan Koster:’ Over zo’n plan zullen we in gesprek gaan met Rijk en Provincie zodat die er in de komende jaren mee aan de slag kunnen. Ook ons jongerenpanel van Asega’s willen wij hierin, net zoals bij ons BFTK-advies, weer een belangrijke rol laten spelen. Wij vinden het daarom ook heel mooi dat de minister in haar reactie uitgebreid is ingegaan op de adviezen die de Asega’s aan haar hebben meegegeven. Ze neemt de jongeren erg serieus.’

Samenhang onderwijsveld
Verder gaat DINGtiid in het BFTK-advies uitgebreid in op onderwijs. Deze sector is immers essentieel voor de vitaliteit van het Fries. De Provincie heeft met Taalplan 2030 al een heel goed stuk gereedschap gemaakt om de doorgaande leerlijn voor het Fries – ‘van peuter tot promovendus’ – sterker te maken. Koster: ‘De uitvoering van het Taalplan moet zeker worden doorgezet, dat gaat heel goed. Maar de doorgaande leerlijn wordt tegelijkertijd ook weer verzwakt, doordat de bevoegdheid over de onderwijssectoren soms bij het Rijk, soms bij de Provincie ligt. Zo is het toch lastig om eenheid in het onderwijsbeleid aan te brengen, en dat leidt ook weer tot onduidelijkheid bij de Friezen zelf over hoe het eigenlijk zit met het Fries in het onderwijs.’

Daarom heeft DINGtiid Rijk en Provincie geadviseerd om de onderwijsambities voor de lange termijn samen uit te werken in een aparte Onderwijsnotitie Fries. In een dergelijke gemeenschappelijke notitie kan de borging van de doorgaande leerlijn Fries – met álle onderwijssectoren erin worden meegenomen – tot het leidende principe worden gemaakt, zodat de problematiek betreffende de bevoegdheid minder zand in de machine geeft. En zo zal bijvoorbeeld ook bij het speciaal onderwijs, de voorschoolse fase of in het mbo (sectoren waar de Provincie geen bevoegdheid heeft) het belang van goed Fries onderwijs makkelijker gediend kunnen worden en hoeven deze niet anders dan het PO en het VO (sectoren waar de Provincie wél bevoegd heeft) behandeld te worden.

Een belangrijk chapiter is het hoger onderwijs. Het kabinet onderstreept, terecht, het belang van het KNAW-rapport uit 2023 inzake de toekomst van de academische frisistiek, en verbindt ook consequenties aan de conclusies van de KNAW-commissie: ‘Zo worden er vanuit het Rijk en de Provincie middelen beschikbaar gesteld voor een volwaardige, duurzame en toegankelijke bacheloropleiding. Jan Koster: ‘Heel belangrijk hierbij is dat de afspraken hierover, zoals de KNAW adviseert, worden vastgelegd in een convenant.’ Ook DINGtiid onderschrijft het belang van dit rapport voor de toekomst van het Fries in het hoger onderwijs, en volgt het proces dat tot die universitaire bachelor moet leiden dan ook met veel belangstelling. De verwachting is dat het convenant dit voorjaar zal worden getekend.

Rechtspraak
DINGtiid merkt op dat er in de rechtspraak positieve ontwikkelingen gaande zijn. Wij begrijpen uitstekend dat Rijk en Provincie geen bevoegdheid hebben inzake beleidsvorming van de rechtbank en het gerechtshof, die immers volledig onafhankelijk van de overheid moeten kunnen opereren. Wel heeft DINGtiid de BFTK-overheden geadviseerd om het goede voorbeeld te geven in de rechtsgang waar dat kan. Dat kan zowel intern (bijv. bij klachtenprocedures, bij benoemingsbeleid, bij het OM) als extern, bijvoorbeeld als Rijk of Provincie zelf partij is in een juridische procedure bij de Rechtbank Noord-Nederland of het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Rijk en Provincie vinden het ook erg belangrijk dat procesdeelnemers die dat willen gebruik kunnen maken van het Fries en ze zullen dat bij overheidsorganisaties onder de aandacht brengen. Dat is een goede ontwikkeling. Jan Koster: ‘Maar even belangrijk vindt DINGtiid de voorbeeldfunctie die de overheden hebben: die zou nog veel sterker kunnen worden uitgedragen. Ze kunnen immers direct de positie van het Fries in de rechtszaal versterken door zelf de Friese taal te gebruiken in juridische procedures, en andere partijen hiertoe ook proactief uit te nodigen.’

DINGtiid mist in de kabinetsreactie een standpunt over ons advies om zaken waar van verwacht mag worden dat er Friessprekenden zullen deelnemen, te centreren in Leeuwarden.

Samenvattend: werk te verzetten
De minister is over het algemeen erg positief over de adviezen die DINGtiid vorig jaar heeft gegeven met betrekking tot de nieuwe BFTK, die loopt van 2024-2028. DINGtiid vindt het van groot belang dat er heldere langetermijndoelen komen voor het Fries, waar de Friezen zelf ook echt over meedenken. Jan Koster: ‘De BFTK geeft goede handvatten om de positie van het Fries te versterken. Zaak is daarom dat wij samen vandaag al aan het werk gaan om de doelen te concretiseren en te realiseren.’

Documenten

" />

Kabinetsreactie op het BFTK-advies

08/01/2025

BZK-minister Judith Uitermark heeft de Tweede Kamer schriftelijk op de hoogte gesteld van de kabinetsreactie op het advies van DINGtiid over de Bestuursafspraak Friese Taal & Cultuur 2024-2028 (BFTK), die in april 2024 werd ondertekend. Mede uit naam van de ministeries OCW, J&V en SZW bedankt ze DINGtiid voor de ‘grondige analyse en de constructieve samenwerking’.

Voorzitter Jan Koster van DINGtiid is blij dat de ministeries het advies in grote lijnen onderschrijven. Tegelijkertijd is duidelijk dat een ambitieuze BFTK veel werk meebrengt, en dat de looptijd van vijf jaar kort is. ‘De reactie van het Rijk op onze adviezen is zeker positief. Dat is mooi, want als je het grotendeels met elkaar eens bent, kun je beter samenwerken. Wij zijn ook heel blij met de grote ambities van Rijk en Provincie met het Fries. Tegelijkertijd waarschuwen we er wel voor dat veel afspraken nog niet heel concreet zijn en er niet altijd genoeg samenhang is in het taalbeleid. Vertraging ligt dan op de loer. Dat is wat ons betreft misschien wel het grootste gevaar: het is zomaar 2028.’

Toegenomen ambities
Volgens de Wet gebruik Friese taal (2014) heeft DINGtiid tot taak om te adviseren over de BFTK. Dit advies is eind maart 2024 aan Rijk en Provincie overhandigd. In het advies staat dat DINGtiid over de hele breedte beschouwd erg blij is met de toegenomen ambitie die de nieuwe BFTK op vrijwel alle beleidsterreinen bevat. Bovendien is bij de Rijksoverheid, maar ook in de Tweede Kamer, sinds 2022 gelukkig in toenemende mate een gevoel van verantwoordelijkheid en zorgplicht te merken. De aanbevelingen in het BFTK-advies van DINGtiid zijn er vooral op gericht deze ambitie op de verschillende beleidsterreinen om te zetten in samenhangend langetermijnbeleid voor het Fries, en het zo ook te borgen.

Minister Hugo de Jonge (BZK) en commissaris Arno Brok in gesprek met Harry van der Molen (Firda) en DINGtiid-bestuurders Jan Koster en Alex Riemersma met de ondertekening van de BFTK op 8 april 2024.

Langetermijndoelen
DINGtiid adviseert Rijk en Provincie dus om zoveel mogelijk samenhang in het taalbeleid aan te brengen – zowel bij de overheden als in het veld. Voor deze samenhang is het nodig dat er een toekomstvisie op het Fries wordt ontwikkeld die maatschappelijk echt breedgedragen wordt.

Het Rijk onderschrijft het belang van langetermijndoelen voor het Fries, en het belang van de samenleving bij het opstellen daarvan. Minister Uitermark: ‘Bij het vaststellen van de langetermijndoelen is het belangrijk om in Fryslân een dialoog met de gemeenschap op gang te brengen over deze doelen.’

DINGtiid is blij dat het advies om langetermijndoelen te stellen wordt overgenomen en dat er oog is voor het feit dat een toekomstvisie voor het Fries echt uitgedragen moet worden door de Friese samenleving. In ons Werkprogramma 2024-2025 is al een adviesdossier inzake de Langetermijnambitie met het Fries opgenomen, dat moet leiden tot een stappenplan om de Friezen over de toekomst van hun taal te laten nadenken. Jan Koster:’ Over zo’n plan zullen we in gesprek gaan met Rijk en Provincie zodat die er in de komende jaren mee aan de slag kunnen. Ook ons jongerenpanel van Asega’s willen wij hierin, net zoals bij ons BFTK-advies, weer een belangrijke rol laten spelen. Wij vinden het daarom ook heel mooi dat de minister in haar reactie uitgebreid is ingegaan op de adviezen die de Asega’s aan haar hebben meegegeven. Ze neemt de jongeren erg serieus.’

Samenhang onderwijsveld
Verder gaat DINGtiid in het BFTK-advies uitgebreid in op onderwijs. Deze sector is immers essentieel voor de vitaliteit van het Fries. De Provincie heeft met Taalplan 2030 al een heel goed stuk gereedschap gemaakt om de doorgaande leerlijn voor het Fries – ‘van peuter tot promovendus’ – sterker te maken. Koster: ‘De uitvoering van het Taalplan moet zeker worden doorgezet, dat gaat heel goed. Maar de doorgaande leerlijn wordt tegelijkertijd ook weer verzwakt, doordat de bevoegdheid over de onderwijssectoren soms bij het Rijk, soms bij de Provincie ligt. Zo is het toch lastig om eenheid in het onderwijsbeleid aan te brengen, en dat leidt ook weer tot onduidelijkheid bij de Friezen zelf over hoe het eigenlijk zit met het Fries in het onderwijs.’

Daarom heeft DINGtiid Rijk en Provincie geadviseerd om de onderwijsambities voor de lange termijn samen uit te werken in een aparte Onderwijsnotitie Fries. In een dergelijke gemeenschappelijke notitie kan de borging van de doorgaande leerlijn Fries – met álle onderwijssectoren erin worden meegenomen – tot het leidende principe worden gemaakt, zodat de problematiek betreffende de bevoegdheid minder zand in de machine geeft. En zo zal bijvoorbeeld ook bij het speciaal onderwijs, de voorschoolse fase of in het mbo (sectoren waar de Provincie geen bevoegdheid heeft) het belang van goed Fries onderwijs makkelijker gediend kunnen worden en hoeven deze niet anders dan het PO en het VO (sectoren waar de Provincie wél bevoegd heeft) behandeld te worden.

Een belangrijk chapiter is het hoger onderwijs. Het kabinet onderstreept, terecht, het belang van het KNAW-rapport uit 2023 inzake de toekomst van de academische frisistiek, en verbindt ook consequenties aan de conclusies van de KNAW-commissie: ‘Zo worden er vanuit het Rijk en de Provincie middelen beschikbaar gesteld voor een volwaardige, duurzame en toegankelijke bacheloropleiding. Jan Koster: ‘Heel belangrijk hierbij is dat de afspraken hierover, zoals de KNAW adviseert, worden vastgelegd in een convenant.’ Ook DINGtiid onderschrijft het belang van dit rapport voor de toekomst van het Fries in het hoger onderwijs, en volgt het proces dat tot die universitaire bachelor moet leiden dan ook met veel belangstelling. De verwachting is dat het convenant dit voorjaar zal worden getekend.

Rechtspraak
DINGtiid merkt op dat er in de rechtspraak positieve ontwikkelingen gaande zijn. Wij begrijpen uitstekend dat Rijk en Provincie geen bevoegdheid hebben inzake beleidsvorming van de rechtbank en het gerechtshof, die immers volledig onafhankelijk van de overheid moeten kunnen opereren. Wel heeft DINGtiid de BFTK-overheden geadviseerd om het goede voorbeeld te geven in de rechtsgang waar dat kan. Dat kan zowel intern (bijv. bij klachtenprocedures, bij benoemingsbeleid, bij het OM) als extern, bijvoorbeeld als Rijk of Provincie zelf partij is in een juridische procedure bij de Rechtbank Noord-Nederland of het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Rijk en Provincie vinden het ook erg belangrijk dat procesdeelnemers die dat willen gebruik kunnen maken van het Fries en ze zullen dat bij overheidsorganisaties onder de aandacht brengen. Dat is een goede ontwikkeling. Jan Koster: ‘Maar even belangrijk vindt DINGtiid de voorbeeldfunctie die de overheden hebben: die zou nog veel sterker kunnen worden uitgedragen. Ze kunnen immers direct de positie van het Fries in de rechtszaal versterken door zelf de Friese taal te gebruiken in juridische procedures, en andere partijen hiertoe ook proactief uit te nodigen.’

DINGtiid mist in de kabinetsreactie een standpunt over ons advies om zaken waar van verwacht mag worden dat er Friessprekenden zullen deelnemen, te centreren in Leeuwarden.

Samenvattend: werk te verzetten
De minister is over het algemeen erg positief over de adviezen die DINGtiid vorig jaar heeft gegeven met betrekking tot de nieuwe BFTK, die loopt van 2024-2028. DINGtiid vindt het van groot belang dat er heldere langetermijndoelen komen voor het Fries, waar de Friezen zelf ook echt over meedenken. Jan Koster: ‘De BFTK geeft goede handvatten om de positie van het Fries te versterken. Zaak is daarom dat wij samen vandaag al aan het werk gaan om de doelen te concretiseren en te realiseren.’

Documenten